Het is allemaal anders gegaan dan ik me had voorgesteld. Deze zomer, deze vakantie, dit land. Hij en ik hadden de vakantie samen geboekt: Italië, Lago Maggiore, prachtig, een gigantisch meer tussen de bergtoppen in. We zouden met de auto gaan, om beurten een aantal uur rijden, picknicken aan shabby picknicktafels bij internationale tankstations, en dan hier, in de perfecte oase van ruig landschap en zon, thuiskomen.
Toen twee weken geleden onze relatie op de klippen liep – een combinatie van mijn verlatingsangst en zijn bindingsangst – besloot ik alsnog op onze droomvakantie te gaan.
Alleen.
De website van de rustige natuurcamping blijkt alleen niet helemaal bijgewerkt te zijn naar wat het inmiddels geworden is: een grootschalige familiecamping met een zeer uitgebreid entertainmentaanbod voor kinderen. Met moeite heb ik een plekje voor mezelf en mijn kleine tent kunnen veroveren, achterin. Het verste weg van de grote campers, de speeltuin en de disco.
De zon brandt met zijn hete stralen op mijn lichaam, het lichtgele zomerjurkje dat ik draag, plakt aan mijn lijf vast. In de lucht ruik ik de geur van zonnebrandolie en ergens in de verte chloor uit het subtropisch zwemparadijs.
Eén nacht, beloof ik mezelf. Morgen ga ik op zoek naar een schattige natuurcamping.
Met blote voeten zit ik in het gras voor de tent en kook water voor een kopje oploskoffie. Ik sluit heel even mijn ogen en voel het gras mijn benen kietelen, er loopt een dun straaltje zweet langs mijn nek, over mijn borsten, naar beneden. De verschillende geluiden van de camping smelten samen tot een heerlijk geruis.
Dan schrik ik op van het luide gebrul van een motor. Grommend komt het ding tot stilstand, bij het tentje tegenover de mijne.
Natuurlijk, denk ik, ik heb de grootste uitslover van het hele land als buurman. Overdreven grote motor, zwart leren motorpak, dubbele uitlaat.
Hij klikt zijn helm los, trekt die van zijn hoofd en dan kijk ik recht in de heldere
hazelnootbruine ogen van een jongen met een veel verfijnder gezicht dan ik had bedacht bij deze motorrijder. Mooie natte krullen die tegen zijn voorhoofd zitten geplakt. Een scherpe neus, en nu hij zijn handen uit zijn handschoenen bevrijdt, zie ik slanke pianovingers waarmee hij zijn haar weer in model brengt. Hoewel, model… Zijn krullen staan gewoon alle kanten op. Hij steekt zijn hand naar me op, schuchter, weer niet zoals ik me had voorgesteld.
Maar misschien gebeurt er deze vakantie wel helemaal niets zoals ik het me had voorgesteld…
‘Hoi,’ zeg ik automatisch. Ik ben zo van mijn a propos dat ik mijn schaarse Italiaans volledig vergeet.
De knappe motorrijder houdt zijn hoofd schuin. ‘Ben je Nederlands?’
‘Ja! Ik ben Kim, net aangekomen.’ Ik zie iets twinkelen in zijn ogen. Dan valt bij mij het kwartje. ‘Jurgen? Van de middelbare?’
Hij grijnst. ‘Wat een toeval! Leuk je weer te zien.’
Wauw, wat is hij goed opgedroogd. Vroeger was er niets te zien van zijn mooie
krullen, droeg hij net als alle andere jongens zijn haar in korte stekeltjes vol gel. Ik vond hem altijd aardig, maar hij viel me verder niet op. Ik had meer oog voor de haantjes van het
hockeyteam.
‘Wil je koffie?’ vraag ik. ‘Het is oploskoffie, niks fancy Italiaans, maar toch.’ ‘Graag. Ik kleed me even om,’ zegt hij.
Even later heeft hij zijn motorpak verruild voor een zandkleurige korte broek en een losvallend shirt van wit linnen. Door de openstaande knoopjes krijg ik wat van zijn borsthaar te zien. Mmm, sexy. Hij ploft naast me neer in het gras.
Ik geef hem zijn camping-espresso, waarna hij zijn plastic beker naar me opheft: ‘Proost, op een zomer vol verrassingen.’
‘Proost,’ antwoord ik en ik kijk diep in zijn ogen wanneer onze bekers tegen elkaar tikken.
Meteen kletsen we volop. Jurgen is nog net zo aardig en relaxed als vroeger. Na de koffie pakt hij een koeltas uit het vak van zijn motor.
‘Ik ben vandaag langs allemaal lokale winkels gereden,’ verklaart hij, terwijl hij wijn, brood, kaas en olijven voor ons uitstalt.
‘Wauw, wat ziet dat er heerlijk uit,’ zeg ik.
‘Dat vind ik ook,’ antwoordt hij, met een veelzeggende blik op mij gericht.
Hoe later het wordt, hoe stiller de camping is. Zachtjes praten we over alle reizen die we nog willen maken. Hoewel de zon al onder is gegaan, is het nog steeds lekker buiten. Ik heb alleen gevoelloze billen gekregen van urenlang op het gras zitten.

‘Gaat het?’ vraagt Jurgen, wanneer ik voor de zoveelste keer ga verzitten.
‘Ik zit niet zo lekker meer. Heb je zin om een stukje te lopen?’ Gek genoeg lijkt hij te moeten blozen van die vraag.
‘Ik heb campingstoeltjes bij me, dan hoeven we niet meer op de grond te zitten,’ zegt hij. Ik voel een lach om mijn lippen krullen. ‘Daar kom je nú mee?’
Jurgen haalt zijn schouders op. ‘Eh, ja… Vergeten. Ik was afgeleid door je.’
Ik sta op en masseer mijn pijnlijke billen. Ik zie Jurgens blik naar ze afglijden.
‘Als jij nou die stoeltjes pakt,’ zeg ik tegen hem, ‘dan schenk ik de laatste wijn voor ons in.’
Voor ik het weet, heeft hij de stoelen klaargezet. Ik geef hem zijn wijntje, we blijven allebei staan. We staan dicht bij elkaar. Ik moet mijn hoofd oprichten om hem in zijn ogen te kunnen kijken. Hij vindt mijn blik. Ik duw een pluk haar achter mijn oor. Hij bijt op zijn lip. De spanning tussen onze lijven voelt elektrisch.
‘Mag ik je een geheimpje verklappen?’ vraagt hij zachtjes.
‘Vertel.’
Hij haalt diep adem. ‘Ik had vroeger een enorme crush op je, in de vierde en vijfde
klas. Ik heb je zo vaak willen zoenen, maar ik durfde nooit een move te maken.’
‘En nu?’ vraag ik, hoewel ik zijn antwoord al kan raden.
‘Ik ben blij dat ik het toen niet heb gedaan,’ zegt hij met een diepe stem. Dan grijnst
hij, heerlijk uitdagend. ‘Ik kan je nu namelijk een veel leukere avond bezorgen.’
‘Oh, is dat zo?’ vraag ik met een ondeugende glimlach.
Jurgen knikt, terwijl hij verlangend naar mijn mond kijkt.
Voorzichtig zet ik mijn wijnglas op de grond, zodat mijn handen leeg zijn. Jurgen volgt mijn
voorbeeld en komt nog dichter bij me staan.
Dan hou ik het niet meer. Ik druk mijn lippen op de zijne. Eindelijk. We slaan onze armen
stevig om elkaar heen.
De laatste achtergrondgeluiden verstommen. Onze kus lijkt eeuwig te duren. Mijn ademhaling versnelt en ik laat mijn vingers in zijn haar verdwijnen. Dan legt hij zijn handen op mijn billen.
‘In mijn tent ligt een heel comfortabel luchtbed….’ begint hij.
Hij hoeft zijn zin niet eens af te maken. ‘Laten we gaan,’ zeg ik.
Met gepriegel krijgt hij de rits van zijn tent open, en we laten ons op zijn luchtbed
vallen. We kijken elkaar aan. We zoenen opnieuw. Zijn lippen dansen over mijn schouder, mijn hals, mijn oorlel. Ik wil alleen nog maar zijn adem horen. Zijn gekreun.
Dan ga ik rechtop zitten om mijn jurk uit te trekken.
Jurgen bekijkt me vol verlangen. ‘Wauw, Kim, wat ben je mooi.’ Snel trekt hij zijn eigen shirt over zijn hoofd.
We zoenen intens en ik laat mijn handen over zijn borstkas en buik verder naar beneden glijden. Wanneer mijn vingers zijn ritssluiting aanraken, pakt hij mijn polsen vast.
‘Uh-uh, het is eerst jouw beurt,’ zegt hij.
