Ik heb de afgelopen week zo hard gewerkt dat ik het bierviltje totaal vergeten ben, tot ik in het weekend de was doe. Ik heb net gedoucht en sta in mijn ondergoed bij de wasmand, terwijl ik de zakken van mijn broek check. Wat doet een stinkend bierviltje in de achterzak van mijn jeans? Ineens herinner ik me het weer.
Zei ik nou echt: je hebt iets dubbels… Argh, waarom?!
Ik kijk naar mezelf in de spiegel. Ik ben altijd een lat geweest. Pas de laatste jaren heb ik heupen en borsten gekregen. Misschien was dat wat Enver bedoelde met ‘Weet je wat dubbel is?’. Ik zet mijn hand in mijn zij, gooi mijn heup naar voren en tuit mijn lippen. Bedoelde hij soms: ‘Dat ik fotograaf ben, maar eigenlijk model had moeten worden?’ Ik moet lachen om mezelf. Om mijn te grote neus met een zee van sproeten en haren die altijd in de war zitten hoe ik ze ook borstel. Ook ben ik maar 1 meter 68.
Ik kijk naar het bierviltje op de wasmand. Zijn nummer. Waarom gaf hij me dat? Hij zei: ‘Voor als je een locatie zoekt voor een shoot.’
Ohhhh. Natuurlijk. Hij is iemand die altijd wil helpen. Het ging helemaal niet om mij.
Maar mijn hart stopte toen ik hem zag… Dat moet hij toch ook gevoeld hebben?
Ineens krijg ik zin om hem te zien. Voordat ik mezelf de tijd geef hier langer over na te denken, stuur ik hem een appje. Dat ik toevallig in de buurt ben bij Mel en of het uitkomt dat ik even aanwaai.
Twee uur later zit ik in de auto. Naar het platteland. Ruimte, frisse buitenlucht, natuur! Alles wat mijn broeierige appartement op vierhoog in de stad niet heeft. Het is weer een snikhete zomerdag. Gelukkig heeft mijn auto airco. Ik zet een lekker muziekje op. Hier in m’n eigen kleine autootje kan ik keihard meezingen, ook al zing ik vals. Niemand die me hoort.
Naast me op de stoel staat mijn cameratas. Oh, wat zou ik Enver graag fotograferen. Bespioneren. Hij heeft namelijk écht iets dubbels. Water en vuur. Veilig en ongrijpbaar. Ik wil proberen of ik dat kan vastleggen.
Na een lange eentonige weg kom ik langs weidse maïsvelden. Wat een ruimte hier. Ik draai mijn raampje open, zodat de wind langs mijn blote huid strijkt. In de verte, omgeven door een groot grasveld en bomen, staat een houten huis: Scandinavische stijl, wit met rode luiken. Het is simpel, maar stijlvol.
Ik zet de motor af en stap uit. Een licht briesje strijkt door de bladeren. Ik hoor de zoemende geluiden van de zomer. Ik slinger mijn cameratas over m’n schouder en loop over een pad van houtsnippers naar de openstaande terrasdeuren. Er staat een van bakstenen gemaakte barbecue. En een vuurkorf met luie stoelen eromheen.
‘Hallo?’ Geen antwoord. Misschien is hij boodschappen doen? Zomaar naar binnen lopen, durf ik niet.
Net als ik op een van de buitenstoelen wil plaatsnemen om te wachten, hoor ik een geluid. Het komt uit de richting van de beek. Ik sta op en loop naar de rand van het grasveld. Tussen de bomen zie ik hem in de beek, samen met zijn hond, een wit met zwart speels dier. Ze zwemmen samen!

Ik pak mijn camera en zoom in. Envers ogen zijn een zee van vrolijkheid. Hij is alles behalve de gesloten jongen die ik van vroeger ken. Dan komt hij omhoog uit het water. Druppels glinsteren als sterren op zijn huid. Hij strijkt zijn natte haar uit zijn gezicht. Enver heeft iets heel aantrekkelijks. Hij is één met de natuur. Compleet op zijn gemak, dit is waar hij thuishoort. Hij loopt verder het water uit. Ik zie dat hij geen zwembroek draagt.
Ik zou weg moeten kijken. Maar dit is de manier waarop ik dicht bij mensen durf te komen. Door de lens.
Dan kijkt hij op.
‘Lauren.’
Betrapt laat ik mijn camera zakken en steek mijn hand omhoog. ‘Hey daar.’
Enver is compleet relaxed. Zijn handen hangen ontspannen naast zijn naakte lichaam. Hij heeft iets dierlijks. Het windt me op.
‘Kom je erbij?’
‘Ik…’
Vragend kijkt hij me aan.
Ik wil zeggen dat ik geen bikini heb meegenomen. Maar ik voel aan alles dat ik de situatie niet nog ongemakkelijker voor mezelf moet maken. Of ik zeg ‘nee’, of ik ga all the way.
Het voelt gek genoeg vertrouwd met hem. Ook al kennen we elkaar nauwelijks. Maar met hem wil ik die vrije versie van mezelf zijn, waarvan ik voel dat ze in me zit, maar die ik er in het echte leven niet zo snel uit laat komen.
‘Oké, wacht even.’
Snel, zodat ik me niet kan bedenken, schop ik mijn sandalen uit, stroop mijn broek af, trek mijn topje uit. Hij kijkt toe. Hij heeft geen camera vast, maar zoals hij me met zijn ogen scant, voelt het bijna wel zo. Beha los, slipje uit.
En dan ren ik zo hard ik kan naar het water. Ik plons in de beek en duik onder water.
Als ik weer boven kom, is zijn gezicht vlakbij het mijne.
Hij lacht. ‘Had je het zó heet?’
Er gaat een rilling door mijn lichaam. Ik strijk mijn haar uit mijn gezicht. Weer sta ik met een nat lichaam voor hem, niet nat van bier of zweet, maar nat van water, en als ik heel eerlijk ben, nat van totale opwinding.
Ik bijt op mijn onderlip.
‘Wauw,’ zegt Enver, ‘dat deed je vroeger ook als een jongen te dicht bij je stond.’
Hij heeft me bestudeerd!
‘Sta ik te dichtbij, Lauren?’
‘Nee.’ Mijn hart klopt in mijn keel, mijn adem zit hoog.
‘Mooi,’ zegt hij. En dan kust hij me.
Het is lang geleden dat een man me zo heeft aangeraakt. Zijn tong smelt samen met de mijne. Er golft een warme gloed door me heen. Mijn harde tepels wrijven tegen zijn borstkas aan. Ik voel kleine pulserende schokjes tussen mijn benen. En ook nog iets anders. Hij is half stijf, en hoe langer we zoenen en mijn borsten tegen zijn borstkas drukken, hoe harder hij wordt.
Ik ken dit gevoel niet. Alles in mij staat aan. We kussen zo intens, we proeven elkaar. Alles is nat, zijn tong, dit beekje. En dan begint het zachtjes te regenen.
‘Kom’, zegt hij. Hij leidt me uit het water.
Skipper schudt zich uit op de kant. Ik pak mijn hoopje kleren en de camera en loop achter hem aan. Zijn gespierde billen trekken samen bij elke stap. Mmmm.
We komen aan bij zijn huisje en lopen naar binnen. Het ruikt naar hout. Alles is van hout, zelfs de muren zijn van grenen. Hij pakt handdoeken en geeft me een hele grote aan, die ik
als een deken om me heen sla. Zelf schiet hij in een korte losvallende linnen broek. Het valt me op dat hij geen boxershort aandoet. Het gemak waarmee hij beweegt, waarmee hij is… En tegelijkertijd die spanning tussen ons. Het maakt me gek.
Ik ga zitten op een grote bank vol gemakkelijke kussens. Dan zet hij twee wijnglazen neer en schenkt koele witte wijn in. Hij vraagt het me niet, hij weet dat ik hier zin in heb. Een instinct. Ik neem een slok uit het koele glas, de alcohol blust en maakt me losser. Hij schenkt me bij. Zijn ogen laten me niet los. Hij geeft me de ruimte, maar kan zich elk moment op me storten. Ik krijg het er warm van. Tussen mijn benen broeit de opwinding. Mijn huid is elektrisch geladen. Als hij me aanraakt, explodeer ik. Hij weet het, hij geniet ervan.
